Hoe bepaal je jouw ideale bandenspanning?
Hoe hard moet je jouw banden nu precies oppompen?
Wie nog de oude regel “lichaamsgewicht gedeeld door tien” volgt, zit vandaag al snel enkele bar te hoog. Ook World Tour renners rijden ondertussen met een heel wat lagere druk dan tien jaar geleden.
Jouw ideale bandendruk berekenen is vooral afhankelijk van je bandbreedte en de ondergrond waarop je wil rijden. Je gewicht heeft daar bijvoorbeeld maar een relatief klein effect op.
In dit artikel lees je waarom je band zo hard mogelijk oppompen niet de beste oplossing is, wat jouw ideale bandenspanning echt bepaalt en hoe je zelf je ideale druk kan vinden voor je racefiets én je gravelbike. Wil je meteen een exact cijfer? Gebruik dan de calculator bovenaan deze pagina.
Waarom harder niet noodzakelijk sneller is
De oude manier van denken over bandenspanning is simpel: hoe harder je een band oppompt, hoe sneller je rijdt. En als je geen rekening houdt met andere factoren, klopt dit ook.
Op een spiegelgladde wielerpiste rolt een keiharde band bijvoorbeeld het best. Maar met jouw koersfiets rij je niet op een piste, en met jouw gravelbike al helemaal niet. Onze Vlaamse wegen hebben naden, betonplaten en (heel wat) putten. Het gebeurt maar zelfden dat we een hele rit op nieuw asfalt kunnen rijden.
In realiteit gaat zo'n harde band dus niet mooit het wegdek volgen. In plaats daarvan stuitert hij over iedere oneffenheid. Bij elke stuiter gaat een deel van de energie dus omhoog in plaats van vooruit. Dat gestuiter voel je bovendien heel goed in je handen, je rug en je zitvlak.
Een zachtere band daarentegen vervormt en volgt het wegdek wat meer. Hierdoor stuitert jouw fiets een stuk minder omhoog, waardoor een groter deel van de energie gaat naar het vooruitbewegen van de fiets. Bovendien zorgt een lagere druk voor meer grip en comfort.
Vandaar dat we bij World Tour renners ook steeds meer de evolutie zijn naar bredere banden met een lagere druk. Waar ze vroeger met 8 bar op 23mm banden reden, is dit nu eerder 4 tot 5 bar op 28mm of 30mm banden;
Je kunt hier natuurlijk ook te ver in gaan. Dit merk je al snel aan je fiets:
- Te hoog: de fiets stuitert en trilt, je hebt minder grip in bochten en bij het remmen en je stapt af met pijn in de handen, armen en rug.
- Te laag: de fiets voelt traag aan, de band zakt weg in bochten en je rijdt sneller lek of beschadigt je velg wanneer je in een put rijdt.
- Goed: de band volgt het wegdek, je fiets blijft stabiel en voelt snel, maar comfortabel aan.
De zes belangrijkste factoren voor jouw bandenspanning
Grote invloed
Bandbreedte
Elke millimeter breder betekent ongeveer 4 tot 5% minder druk. Dit is veruit de belangrijkste factor.
Grote invloed
Ondergrond
Hoe ruwer het wegdek, hoe lager de druk. Van glad asfalt naar ruwe gravel gaat de druk ongeveer een kwart omlaag.
Middelgrote invloed
Tubeless of binnenband
Wie tubeless rijdt kan voor een iets lagere druk kiezen, ongeveer 7% onder de druk met een binnenband.
Kleine invloed
Gewicht
10 kg zwaarder betekent ongeveer 2% meer druk. Minder dan je denkt dus. Dit gaat over de combinatie van jouw gewicht, de fiets en jouw uitrusting.
Middelgrote invloed
Nat wegdek
Bij regen rijd je best met ongeveer 8% minder druk voor meer contactoppervlak en grip.
Kleine invloed
Gewenst gevoel
Kies je voor comfort, dan rijd je ongeveer 3 tot 5% lager. Kies je voor snelheid, dan rijd je ongeveer 3 tot 5% hoger. Hoe ruwer de ondergrond, hoe groter dat verschil doorweegt.
Bandenspanning per bandbreedte: hoe breder, hoe lager
Bandbreedte is de factor die je druk het sterkst bepaalt. Hoe breder de band, hoe lager de druk. Je gewicht speelt dan weer veel minder mee. Een fietser van 55 kg en een fietser van 100 kg op dezelfde band van 28 mm zitten ongeveer 0,4 bar uit elkaar.
- 25 mm5,25
- 28 mm4,7
- 30 mm4,5
- 32 mm4,25
- 35 mm3,7
- 38 mm3,25
- 40 mm2,95
- 42 mm2,75
- 45 mm2,55
Druk per bandbreedte en gewichtVoor / achter, in bar, 75 kg, tubeless, gemiddeld asfalt
| Gewicht | 25 mm | 28 mm | 30 mm | 32 mm | 35 mm |
|---|---|---|---|---|---|
| 60 kg | 4,95 / 5,1 | 4,45 / 4,55 | 4,25 / 4,35 | 4,0 / 4,15 | 3,5 / 3,6 |
| 70 kg | 5,05 / 5,2 | 4,55 / 4,65 | 4,3 / 4,45 | 4,1 / 4,2 | 3,55 / 3,65 |
| 80 kg | 5,15 / 5,3 | 4,65 / 4,75 | 4,4 / 4,5 | 4,2 / 4,3 | 3,65 / 3,75 |
| 90 kg | 5,25 / 5,4 | 4,7 / 4,85 | 4,5 / 4,6 | 4,25 / 4,4 | 3,7 / 3,8 |
Meet je echte bandbreedte
De breedte die op je band staat is niet altijd de echte breedte. Je vindt de maat meestal op de zijkant van de buitenband, bijvoorbeeld 700x30c of in ETRTO-notatie 30-622. De 30 is hier de breedte in millimeter.
Eens gemonteerd en opgepompt is de band vaak breder of smaller. Dat hangt onder meer af van de binnenbreedte van je velg, maar ook van de band zelf. Een bredere velg zal vaak de band iets breder uitrekken. In onze calculator rekenen wij met een gangbare velg van 22 mm binnenbreedte en schatten een band van 30 mm dan op ongeveer 31 mm.
Die schatting kan 1 of 2 mm afwijken, en dat scheelt al gauw 5 tot 10% druk. Om dit exact te weten, meet je daarom je band best met een schuifmaat, opgepompt en gemonteerd. Maar meestal geeft de maat die op de buitenband staat al een heel goede indicatie.
Voorband en achterband: niet dezelfde druk
Door de manier waarop een racefiets opgebouwd is, draagt je achterwiel meer gewicht dan je voorwiel. Daarom geven we je achterband iets meer druk: ongeveer 3% meer op de weg en ongeveer 4% meer op gravel. Het verschil is klein, maar kan toch merkbaar zijn. Een achterband die even zacht staat als de voorband kan anders al snel als te slap aanvoelen.
Gewichtsverdeling op de weg
Gewichtsverdeling op gravel
Bandenspanning in Vlaanderen: naden, kasseien en regen
Vlaamse wegen en fietspaden zijn maar zelden perfecte asfalt. Naden, betonplaten, putten en kasseistroken komen je in zo goed als iedere fietstocht tegen.
Op ruw asfalt rijd je ongeveer 9% lager dan op gemiddeld asfalt. Gaat jouw rit dus over veel kasseien of betonplaten? Ga dan voor een iets lagere bandenspanning. Dit zal zorgen voor meer comfort en snelheid.
Regent het bovendien nog eens? Dan ga je best voor een nog lagere bandenspanning. Je band krijgt zo meer contactoppervlak, waardoor je beter grip kan houden.
In de winter speelt ook nog eens de temperatuur mee. Koude lucht krimpt. Elke 10 °C kouder kost je ongeveer 0,1 tot 0,2 bar. Pomp je je banden op in een warme garage en rijd je daarna in de vrieskou? Dan staat je druk in realiteit lager dan je denkt. Hou hier dus ook rekening mee wanneer je jouw banden oppompt.
Racefiets of gravelbike: wat verandert er?
Gravelbanden zijn meestal breder en de ondergrond is ruwer, dus de druk ligt een stuk lager dan op de weg. Bij een gravelbike rust er ook iets meer gewicht op het achterwiel, waardoor de achterband nog wat extra druk krijgt in vergelijking met een koersfiets.
Voorbeeld: 75 kg op 40 mm tubeless banden
Vlotte gravel
Jaagpaden, harde zandwegen
2,75 / 2,85
bar, voor / achter
Gemengde gravel
Wisselend grind en zand
2,5 / 2,6
bar, voor / achter
Ruwe gravel
Los grind, wortels, bosstroken
2,25 / 2,35
bar, voor / achter
Hookless velgen en maximale druk
Een hookless velg heeft geen haakje waarachter de band vastzit. Daarom hebben deze velgen vaak een lagere maximale druk dan velgen met haak, om te vermijden dat ze zomaar los schieten. Hoe breder de band, hoe lager die grens.
Kijk dus altijd naar twee dingen: de maximale druk op de zijkant van je band en de aanduiding op je velg. Zijn deze verschillend? Dan telt de laagste waarde. Die maximumdruk is een absolute bovengrens, geen advies. Onze calculator waarschuwt je wanneer je advies boven de vuistregel hieronder uitkomt, maar past het advies zelf niet aan. Controleer deze limieten van je eigen velg en band dus altijd.
Vuistregel voor hookless velgen
Onder 30 mm
5 bar
maximaal
30 tot 34 mm
4,5 bar
maximaal
35 tot 39 mm
4 bar
maximaal
40 tot 44 mm
3,5 bar
maximaal
Vanaf 45 mm
3 bar
maximaal
Welke bandbreedte kies je?
Voor een racefiets is een band tussen 28 en 32 mm vandaag de norm. Brede banden geven je meer luchtvolume en dus meer demping, zonder dat je er langzamer door rolt. Op gravel rijd je meestal 35 mm of breder.
Check altijd de vrije ruimte in je frame en vork voor je een bredere band monteert. Reken ook met de modder die tussen band en frame kan komen.
In 5 stappen naar jouw ideale bandenspanning
- Meet je echte bandbreedte. Gebruik de maat op je band als vertrekpunt en meet indien mogelijk de gemonteerde, opgepompte band.
- Gebruik de calculator. Vul je ondergrond, gewicht, opbouw, bandbreedte, wegdek en gewenst gevoel in en noteer je druk voor voor- en achterband.
- Pomp nauwkeurig op. Gebruik hiervoor een pomp met een goede manometer en noteer wat je gepompt hebt.
- Test en stel bij in kleine stappen. Verander telkens 0,1 tot 0,2 bar en test op dezelfde route. Zo voel je het verschil echt.
- Kies voor de laagst mogelijke druk die nog stabiel en snel voelt. Je band moet nog stabiel aanvoelen in bochten en bij het remmen, zonder dat je velg de grond raakt of de band doorslaat.
Zo haal je het meeste uit je bandenspanning
Een goed startpunt is stap één. Met deze vier gewoontes doe je de rest.
Meet met een goede manometer
Goedkope pompmeters kunnen flink afwijken van de echte druk. Met een goede of digitale manometer heb je een betrouwbaar vergelijkingspunt.
Pas aan in kleine stappen
Verander telkens 0,1 tot 0,2 bar en test op dezelfde route. Zo voel je het verschil echt.
Controleer je druk regelmatig
Banden verliezen langzaam druk. Meet de bandendruk dus vóór elke rit, of minstens 1 keer per week.
Blijf onder het maximum
Kijk op je band en velg naar de maximaal toegelaten druk. Hookless velgen hebben vaak een lagere limiet.
Waarom geven calculators verschillende cijfers?
Elke calculator maakt andere aannames: over het gewicht van je fiets, je velgbreedte, het wegdek en je band. Daarom verschillen de uitkomsten soms merkbaar.
Vandaar dat we jou willen aansporen om het resultaat van de calculator te gebruiken als vertrekpunt, en dan zelf op gevoel bij te stellen.
Vier mythes over bandenspanning
Mythe
Harder is sneller.
Werkelijkheid
Alleen op spiegelglad asfalt. Op echte wegen stuitert een te harde band en gaat er energie verloren naar die opwaartse beweging.
Mythe
Je bandenspanning bereken je door je gewicht door tien te delen.
Werkelijkheid
Dit is een regel uit de tijd van 23 mm banden. Je bandbreedte telt veel zwaarder dan je gewicht.
Mythe
De voor- en achterband mogen evenveel druk hebben.
Werkelijkheid
Je achterwiel draagt meer gewicht. Daarom rijd je achteraan met ongeveer 3% meer druk.
Mythe
Met je duim voel je of de band hard genoeg opgepompt is.
Werkelijkheid
Een duim voelt het verschil tussen 4 en 6 bar nauwelijks. Gebruik een pomp met een goede manometer.
Liever samen naar je bandenspanning kijken?
Kom je er na het lezen van dit artikel toch zelf niet uit? Maak dan een afspraak en dan kijken we graag even mee. Of bekijk onze andere diensten als jouw fiets gewoon even een opfrisbeurt kan gebruiken.